Had je het tegen mij?

Een jaar lang schreef ik boekbesprekingen voor de Volkskrant. De taak van de recensent, zoals ik toen vond en nog steeds, is niet om te evalueren maar om het boek bij de juiste lezer te bezorgen. Het geval wil echter dat ik in die tijd, jong en arrogant, weinig de moeite waard vond. Mijn boekbesprekeningen waren dus onnodig negatief. Daar staat tegenover dat ik een paar echt mooie boeken mocht bespreken, boeken die ik waarschijnlijk anders nooit had gelezen. De volgende bespreking van Meir Shalev's Het zat zo is door een vergissing nooit in de Volkskrant geplaatst.

§

Als vijfjarig jongetje mag Meir Shalev op reis van Jeruzalem naar de mosjav – de coöperatieve landbouwnederzetting – van zijn moeders familie, met de melkwagen van de mosjav. Om halfdrie maakt zijn moeder hem wakker. De nachtelijke wandeling naar de melkfabriek, waar de melkwagen geparkeerd staat, maakt zoveel indruk op de jonge Meir dat hij er vijftien jaar later nog over droomt: Drie weken lang droomde ik bijna elke nacht dat ik weer over datzelfde stuk van de straat liep, van de Schnellerkazerne tot aan het Ha-sjabbatplein, in mijn eentje. Af en toe tikte ik met mijn voet op het asfalt, waarop ik van de grond kwam, opsteeg en door de lucht zweefde in een trage, hoge sprong, die me op zijn hoogtepunt boven alle huizen van de straat uittilde en me wel honderdvijftig of tweehonderd meter van het afzetpunt zachtjes neerzette, en daar tikte ik weer met mijn voet op de grond en steeg op.

Zo lichtvoetig als de vijfjarige Meir zich voelt, of eigenlijk zoals hij zich later herrinert dat hij zich voelde, zo lichtvoetig is de verbeelding van Shalev de schrijver. De familieverhalen in Het zat zo zijn gekleurd met de magie van de herinnering. Liefdevolle details brengen de agrarische wereld van Israels eerste mosjav, Nahalal, tot leven, details zoals dat tikken met zijn voet op het asfalt, of de volgende: voordat Meir aan de wandeling begint drinkt hij thee met zijn moeder, waarbij zij de kokendhete thee uit een glas drinkt, en die van hem in een bordje uitgiet, om hem sneller af te laten koelen.

De levendigheid van zijn proza bereikt Shalev ook door zich te beheppen van een antropomorphisme, dat zich niet alleen uitstrekt tot Whitey, het paard van de familie met gevoel voor theater, maar zelfs tot gebruiksvoorwerpen zoals een stofzuiger van General Electric uit 1935, volgens Shalev de hoofdpersoon van het verhaal. Deze stofzuiger wordt zijn oma Tonja geschonken door haar zwager, de broer van haar man, de dubbele verrader uit de Verenigde Staten, die namelijk zowel het socialisme als het zionisme heeft afgezworen en een Amerikaanse kapitalist is geworden. Om zijn broer een hak te zetten stuurt deze zwager de zwaarste, grootste, en duurste stofzuiger die hij kan vinden naar zijn broer, in de wetenschap dat die de stofzuiger niet zal kunnen weigeren vanwege de schoonmaakwoede van Tonja. De reis van de stofzuiger beschrijft Shalev alsof het een schipbreukeling is, een verlate immigrant die alsnog de overstap van de Verenigde Staten naar Israel maakt. Maar eenmaal aangekomen in Nahalal wordt de stofzuiger, door Tonja abusievelijk svieper genoemd, meteen opgeborgen als zij erachter komt dat de machine zelf vies is, van binnen.

De svieper kwam nieuwsgierig en opgewonden mee, van zins ook daar te zuigen, maar voor hij het wist werd de linnen zak waarin hij was gekomen over hem heen getrokken en werd hij door twee sterke armen opgetild en in de doos gezet. (…) Duisternis, als in de ruim van het schip en in de goederenwagons. Stilte.

Oma Tonja is de eigenlijke hoofdpersoon van het verhaal. Ze vervult de rol van heks als ze haar dochters halverwege de les van school haalt om ze mee te laten schrobben in het huis. Maar ze is ook de oorspronkelijke verhalenverteller, en de bedenker van kleurrijke uitdrukkingen zoals Had je het tegen mij? (later overgenomen, in de licht herziene uitvoering You talkin' to me?, door Robert de Niro in Taxi Driver), Hij heeft haar uitgeblazen (bij iemands overlijden), Hij is een verschrikkelijke dood gestorven, en Het zat zo, dat een verhaal aankondigt, en de waarachtigheid van zo'n verhaal tegelijkertijd bevestigd en in twijfel trekt, zoals nadrukkelijke bevestigingen dat nu eenmaal doen.

Alle inelkaar grijpende familieverhalen cirkelen rond oma Tonja, die in haar eentje de boerderij in Nahalal draaiende lijkt te houden, en leiden uiteindelijk tot een prachtige ontknoping wanneer Meir, als student, een toeriste uit de Verenigde Staten weet te versieren en aan zijn oma voorstelt. Het zat zo, bevestigt Shalev nog maar eens. Shalev toont dat het vertellen van Het zat zo net zoveel verbeeldingskracht vergt als het vertellen van Zo zat het niet, en die verbeeldingskracht laat hem, zoals bij zijn meer fictieve romans, ook nu niet in de steek.

Meir Shalev: Het zat zo. Uit het Hebreeuws vertaald door Ruben Verhasselt. Anthos; 232 pagina's; isbn 978 90 414 1477 0; Druk: 1; oktober 2010

© 2009–2019, Martijn Wallage